De lage landen
![]() |
In onze contreien werd de aardappel pas in het begin van de 18e eeuw op enige schaal geteeld. In Friesland werden ze voor het eerst verbouwd door de grietman Vegelin van Claerbergen (1727). Niet lang daarna werden er aardappels gepoot in de Prinsentuinen te Leeuwarden. De voortvarende en geliefde prinses Maria Louise, eega van Johan Willem Friso, die op haar oude dag goedmoedig Marijke‑meu genoemd werd, had er vertrouwen in, hoewel men in die tijd de aardappel vaak nog beschouwde als varkensvoer, hoogstens geschikt voor de allerarmsten. |
Voor hen was de nieuwe groente inderdaad een uitkomst, alsook voor de schepelingen: hij hielp scheurbuik (ziekte door gebrek aan vitamine C) te voorkomen. Rond 1880 was de aardappel in ons land ingeburgerd en begon men hem ook in Nederlands‑Indië (eerst op Java) te verbouwen. Hij werd vooral een zegen voor de onbemiddelden: 'aardappeleters' roept onmiddellijk het treurige beeld op van het door Van Gogh geschilderde tafereel van schonkige keuterboeren rond een bak met aardappels (in 1883‑85 schilderde hij er in Nuenen verscheidene versies van). Ook in onze streken vernietigde de aardappelziekte van 1845* het overgrote deel van de oogst en veroorzaakte hij verschrikkelijke armoede. Het gaf veel onrust in vooral het noorden waar rellen met geweld werden onderdrukt. In het westen van het land werden in de steden bakkerswinkels geplunderd. Daarna werd er graan uit Duitsland uitgedeeld en is er veel aan werkverschaffing gedaan. Tijdens Wereldoorlog I waarbij Nederland neutraal was waren aardappels gerantsoeneerd en waren velen ondervoed. Toen in 1917 de Amsterdamse bevolking erachter kwam dat er schepen met aardappels in het oosterdok klaarlagen voor export, braken ook weer rellen uit, het zogenaamde Aardappeloproer.
Nederland heeft veel gedaan aan de veredeling van aardappelrassen. Een van de bekendste kwekers is Geert Veenhuizen (1857‑1930) geweest, die maar liefst 94 nieuwe rassen in de roulatie bracht (er zijn er nu vele honderden). Van alle rassen is Bintje het bekendst geworden, een kweekprodukt van de Fries Kornelis Lieuwes de Vries (25 febr. 1854 - 20 nov. 1929), hoofdonderwijzer te Suameer. Hij kweekte aardappelen van 1898 t/m 1923 wat resulteerde in vele varieteiten o.a. de bekende Bintje in 1905. Hij gaf lessen in land- en tuinbouwkunde. Een nieuw ras of een nieuwe variëteit gaf hij de naam van een van zijn kinderen. Toen ze alle 9 aan de beurt geweest waren noemde hij de volgende naar een favoriete leerlinge: Bintje Jansma. Nu is 'het Bintje' (de Bintje in kwekersjargon) bekend tot ver buiten onze landsgrenzen.



